Wie is er jarig ?

wie_is_er_jarig2

Qui a son anniversaire?

1- Wie is er jarig ?
Dat is hij / zij
Hiep hiep hoera
Dat vieren wij
Refrain :
Slingers in de kamer
Slingers in de gang
Hiep hiep hoera
Een leven lang

2 – Wie krijgt cadeautjes ?
Dat is hij / zij
Hiep hiep hoera
Dat vieren wij

3 - Wie gaat trakteren ?
Dat is hij / zij
Hiep hiep hoera
Dat vieren wij

Qui a son anniversaire? - Vocabulaire

Jarig zijn = avoir son anniversaire
Vieren = fêter
Slingers = les guirlandes ; de kamer = la pièce (chambre)
De gang = le couloir
Leven = la vie
Krijgen = recevoir
Trakteren = régaler, payer un coup à boire