In Bailleul, daar staat een huis (Audio)

in_bailleul_daar_staat_een_huis3

In Bailleul, daar staat een huis
A Bailleul, il y a...

In Bailleul, daar staat een huis
In Bailleul, daar staat een huis
In Bailleul, daar staat een huis, ja, ja
Van je singela, singela, hopsasa
In Bailleul, daar staat een huis
In Bailleul, daar staat een huis
In het huis daar woont een kind ...
En het kind, dat heeft een poes...
...

A Bailleul, il y a... - Vocabulaire

daar = là ; staat = il y a, s’élève ; het huis : la maison
wonen = habiter ; het kind = l’enfant
de poes = le chat